×
Lingea
Nabídka slovníků E-shop Přihlášení
×

Hesla

iconaandoen*
Reklama:

Okolí

aanbrengen*aanbrengeraandachtaandachtigaandachtstreepjeaandeelaandeelhouderaandenkenaandoen*aandoeningaandoenlijkaandraaienaandrangaandriftaandrijven*aandrijvingaandringen*aandrukkenaanduidenaandurvenaangaandeaangeborenaangebrandaangeklaagde
Zobrazit vše (24)
aandoen* [ˈaːndun] v (deed aan, h. aangedaan)
1.obléct si, vzít si (na sebe) co (oblečení)
2.navléct co na co (prsten ap.)
3.pustit (uvést do chodu), zapnout (spustit ap.)
phr
het licht aandoen rozsvítit (světlo)onrecht aandoen iem. křivdit komuopzettelijk aandoen iem. iets udělat co komu naschvál (na zlost)Wie heeft het hem aangedaan? Kdo mu to udělal?
Reklama:

lastzich last aandoen met iets mořit se s čím
onrechtonrecht aandoen iem. křivdit, ukřivdit komu
opzettelijkopzettelijk aandoen iem. iets udělat co komu naschvál (na zlost)
naschváludělat co komu naschvál (na zlost) opzettelijk aandoen iem. iets
nazoutnazout (si) co aandoen, aantrekken
obléctobléct si co aantrekken, aandoen iets
Reklama: